16-05-05

Buren

Ik woon in een flatgebouw,  ik noem het: The flat from hell.  Het gebouw bestaat uit een bakkerswinkel beneden, een Aziatisch koppel onder me en dan een jong stel met een kind van drie jaar oud boven mij.  Op het eerste gezicht zag het er ideaal uit, totaal naar mijn smaak: lichtbruin laminaat, witgeverfde muren en Franse ramen met een balkonnetje vooraan.  Ik heb een heldere living, een ruime slaapkamer, een compleet nieuwe keuken met alles erop en eraan en een badkamer met ligbad.  Het behoefde geen tweede keer  nadenken vooraleer ik dolgelukkig mijn krabbel zette op het contract en mijn intrek nam.  ‘Perfect’, dacht ik.  Een foute beslissing, zo blijkt.  Het is een erg oud huis, dat zo goedkoop mogelijk gerenoveerd is en heel wat te wensen overlaat waar het isolatie betreft.  Wanneer een bus voorbij passeert, daver ik in mijn zetel en als het slagregent moet ik dweilen onder de ramen leggen.

 

Wanneer je denkt aan een bakker onder je, dan denk je aan een heerlijke geur van versgebakken brood die in het gebouw zweeft.  Niks is minder waar.  Het enige aroma dat in mijn flat hangt is dat van sigaretten want de bakkersvrouwen zijn kettingrooksters.  Wanneer ik mijn voordoor opendoe, voelt het alsof ik een café binnenga.  De grote asbak waar altijd minstens één sigaret ligt te branden, staat op een onstabiele tafel in de gang zodat de stank niet naar de winkel gaat maar naar onze compartimenten.

 

Over stank gesproken, het Aziatische koppel onder mij eet graag rijst.  Liefst elke dag.  Zodoende ruikt mijn keuken dagelijks naar aangebrandde rijst.  De luchtsluizen van onze dampekappen zijn namelijk met elkaar verbonden, zo ruik ik wat men onder mijn kookt, en op hun beurt weten die van boven mij wat ik klaarmaak.  Goed voor hen, want ik kook nooit.  Behalve dat heb ik nooit last van het Aziatisch koppel, ze zijn erg stil en ik kom ze quasi nooit tegen in de gang.

 

Met de bakkersvrouw/huisbazin daarentegen heb ik enorme ruzie over de herstellingskosten van de verwarmingsinstallatie.  Ze weigerde me terug te betalen dus ging ik advies inwinnen bij de huurdersbond, die me stellig aanraadde een aangetekende brief te schrijven.  Mevrouw was woest en voelde zich aangevallen.  De hele winkel moest horen hoe ze me uitschold op de trap.  Geen leuke situatie wanneer je weet dat ik elke dag een aantal keer voorbij de winkel moet gaan.  Ik dacht erover om mijn excuses aan te bieden en vrede te sluiten, maar shit, zij is degene die haar excuses moest aanbieden!

 

Dan die van boven mij.  Een absolute ramp.  Tenminste, dat kind van ze is niet te verduren.  Volgens mij lijdt het aan ADHD, een andere verklaring heb ik er niet voor.  Het huilt van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat en loopt stampvoetend heen en weer, met dingen gooiend op de vloer – ook luidruchtig laminaat.  Dit betekent dat ik zelden kan genieten van een goed boek in mijn lederen sofa.  Ik slaap zelden uit want rond zes uur ’s ochtens zet hij al zijn keel open en rammelt hard aan zijn bed tot hij eruit mag.  Wanneer moeder-van-negentien eindelijk opstaat om hem eruit te laten, begint hij te rennen.  Van de slaapkamer tot in de keuken en terug.  De hele ochtend door.  Als het mooi weer is gaat ze met hem wandelen, in zijn buggy want hij is vast te moe door al dat rennen in huis.  Dan zucht ik van oplichting.  Wanneer ik ze enkele uren later terug naar boven hoor komen, stort mijn wereldje in.  Dan begint hij opnieuw te krijsen en heen en weer te lopen zodat mijn Ikea-luchter uit elkaar valt.  Ik heb dat ding al een keer of tien terug in elkaar moeten steken.

 

Vandaag ben ik wakker sinds 6.10.  Het is Pinkstermaandag en ik zou nog in bed moeten liggen, genietend van mijn lang weekend.  Daar dacht het kind anders over.  Nu heb ik, de rancuneuze bitch die ik ben, de speakers van mijn muziekinstallatie zo dicht mogelijk bij het plafond geplaatst met loeiharde, bonkende rave op.  Zo weten zij ook eens hoe dat voelt.  Helaas moeten die van onder mij het ook verduren.  Kijk, ik weet wel dat je een klein kind niet kunt vastbinden op een stoel om ze stil te houden, maar als je een klein beetje verstand hebt besef je toch wel dat je een inspanning moet doen in een appartement?  Wanneer mijn mobieltje in het holst van de nacht belt, hoor ik ze boven me vloeken.  Daarom zet ik ‘m nu op stil.  Geldt dat niet voor hen ook?

 

Ondertussen is de muziek gestopt.  Het kind krijst nog steeds: ‘mama! mama! mamaaaaa! mamaaaaaaaa! maaaaaaaamaaaaaaaaaaa!’  Ik leg een andere cd op, ‘You drive me Crazy’ en neem een Xanax tegen de zenuwen want mij hart slaat aan 107 per minuut. 

They’re driving me crazy.

12:06 Gepost door Foxy | Permalink | Commentaren (13) |